|
|
Het verhaal van de Levende Exodus
Abid Al – Ahad Dauod Ik opdraag dit boek aan elke Jood die van de gedachten is, dat hij een lid van het uitverkoren volk van God is. En aan iemand die voor Jeruzalem gevochten heeft of zo trots op haar is, of de hand strekte naar haar uit en dacht dat het : "De heilige en gewijd stad van God is." En ook aan iemand die de verborgen en de verstopte betekenissen van "de Thora – het Oude Testament" wil leren kennen, en aan iemand, die het boek oppervlakkig gelezen heeft en dacht dat het duidelijk en helder is. En ook aan iemand, die van gedachten is, dat hetzij de opdrachten die God bevolen heeft, hard en streng waren, hetzij dat een paar dingen of zinnen vervalst zijn, om het boek geschikt aan de behoeften van een speciale volk te maken, of een bepaalde groep te passen, die hij met of tegenstaat. En ook aan elk mens die de aanvaardbaarheid en de tevredenheid van God wil bereiken. Voor u mijn broeders wijd ik een paar van de geheimen en de betekenissen van het boek toe. Zou God u tot pilaren in zijn tempel en u leden van zijn echt uitverkoren volk maken, om het heilige Jeruzalem als erfdeel te bezitten, en waarin u voor eeuwigheid zullen wonen. Abid Al – Ahad Dauod.
Numeri (23 – 23): Mattheüs (11 – 25):
( 2 ) De Exodus Inleiding: Later kreeg Adam zijn eerste zoon Kaïn en ook de tweede Abel, maar Kaïn heeft zijn broeder vermoord en hij werd een crimineel en een moordenaar. Toen gaf God Adam Set als een vervanger tot Abel. Dus er groeiden twee volken, de nakomelingen van Kaïn de moordenaar, dat is, de nakomelingen der mensen, en de nakomelingen van Set die het boek omschrijft als de nakomelingen der Gods. En de twee volken vermenigvuldigden en samen vermengden, en boosheid werd zo erg op de aarde, dat God Noach en zijne familie als uitverkorenen gekozen heeft, en hen door het gebruik van Noach ark gered heeft, maar toch alle zondaren met alle dieren die liepen of vlogen of kropen (zoals dinosaurus en de grote reptielen) door de zondvloed vernietigd waren. Niemand was bespaard behalve dezen die de ark binnengingen. Daarna heeft God Noach en alle gedierte ter aarde een verbond gegeven, dat er geen zondvloed meer wezen zal, om de aarde te verderven. En Hij gaf het regen boog in de wolken als een teken en een herinnering van het verbond.
( 3 ) De nakomelingen van Noach waren door God gezegend en Hij zei: "Weest vruchtbaar, wordt talrijk en vervult de aarde." Maar in plaats van overal te verspreiden en de aarde te vervullen, begonnen zij de torenbouw van Babel in het land Sinear om te bouwen, opdat zij niet over de gehele aarde verstrooid worden. Zo God heeft hun taal verward, zodat zij elkanders taal niet verstonden, en zo verstrooide de Here hen vandaar over de gehele aarde. Nog een keer boosheid werd zo groot op de aarde, maar God zijn verbond niet kon breken, zo in plaats van een nieuwe zondvloed te brengen, heeft God Abram en zijn onvruchtbare vrouw Sarai gekozen, en ze uit het land van hun voorvaders gehaald en tot het land van Palestijn (de belofte land) gebracht heeft. Het tweede stadium – Het stadium van de Wet: God sloot een verbond met Abram, dat Hij hem wil zegenen en ontelbare nakomelingen geven. Maar God weg van Abram en Saraï bleef, totdat de twijfel in Saraï hart helmaal volle zonde werd, die Abram twijfel aan de afgesproken beschikking van God veroorzaakte. Zo hij en zijne vrouw begonnen de mogelijkheden en methoden na te denken om God te helpen om zijne belofte aan Abram te vervullen. Zo Abram had gemeenschap met Hagar, en het resultaat was de zoon van het lichaam Ismaël die dertien jaar oud was, toen God weer aan Abram verscheen, en de Here zei tot hem, dat Hij een zoon van Saraï zal geven, en dit was een afgesproken belofte en een afsprak. Ook maakte God een verbond met Abraham en zei: "U zult mijn verbond houden, die u en uw zaad na u, in hun geslachten zullen houden: "Iedere mannelijke nakomeling moet worden besneden; en dat zal tot een teken zijn van het verbond tussen Mij en u."
( 4 ) En volgende jaar bracht Sara Isaäk de tweede zoon van Abraham ter wereld. Later werd het kwaad in Abraham ogen, om zijn zoon Ishmaël weg te sturen, maar Sara hield aan, en God bemoeide zich met de zaak mee, en de zoon van het vlees samen met zijn moeder weggestuurd waren, om de twee zonen van elkander te scheiden, zodat Ismaël Isaäk niet kon vervolgen, maar God belofte en zei: De nakomelingen van Isaak en Jakob vermenigvuldigden en de twaalf stam voorvaders van Israël werden, en ook de nakomelingen van Ismaël de twaalf vorsten naar hun volksstammen werden. Maar de twee nakomelingen geen huwelijk met elkaar hadden, wegen de vroegere scheiding dat de voorbarige moord tussen de twee broers blokkeerde. Zo de zoon van het vlees Ismaël woonde in de woestijn van Paran, en de nakomelingen van de belofte gingen vanwege voedsel Egypte binnen, en later werden de dienstknechten van de Farao van Egypte. Hier op dit punt God bemoeide zich met de zaak mee, en riep Hij Mozes uit het midden van een vuurvlam van een braamstruik en beval hem, om de nakomelingen van de belofte uit de slavernij van Egypte te brengen. En na vele tekenen en wonderen die het land Egypte en Farao zwaar getroffen hadden, de nakomelingen van de belofte uit Egypte en op droge land van het split Schelfzee trokken, en God heeft het leger van de Farao in de zee verdronken. In de woestijn van Sinai heeft de Here aan zijne mensen de Wet en het tien geboden gegeven, en zij een heiligdom gelijk aan dat die God aan Mozes toonde, gemaakt hebben. En toen hun geloof verminderde en zij begonnen om de belofte van God te twijfelen, dat Hij aan hen de belofte land als erfdeel zal geven, ontbrandde de toorn des Heren tegen hen, zodat Hij hen veertig jaren in de woestijn omzwerven liet. Om een symbool voor de toekomstige omzwerven van het symbolische uitverkoren volk van God in de woestijn van de Wet te zijn.
( 5 ) Al de generatie die besneden waren, viel onder de toorn van God en ging dood in de woestijn, behalve Kaleb, de zoon van Jefunne, en Jozua, de zoon van Nun. En vanwege één vergissing die Mozes en Aäron in de woestijn Sin te Kades gepleegd hadden, gingen zij buiten het Belofte Land dood, en zij konden het land niet binnengaan. Toen Jozua de leiding van het symbolisch volk van God nam, en zij de tocht over de droge grond van de Jordaan gedaan hadden, die door een mirakel en wonder van God gesplitst was, heeft Jozua het symbolisch volk op de heuvel der voorhuiden besneed, en hij richtte de twaalf stenen, welke de mannen uit de Jordaan genomen hadden als een teken te Gilgal op. Dan was Jericho in de macht van Jozua gegeven, en een processie die de volgende orde had: "De gewapende mannen, gevolgd door zeven priesters, die de ramshoornen bliezen, en achter hen kwam de priesters die de ark droegen, gevolgd door de achterhoede," trok om de stad van Jericho heen, éénmaal voor zes dagen en op de zevende dag zevenmaal rond. De muur van de stad door een mirakel ineenstortte, en de stad en alles wat erin was zij met vuur verbrand, en alle bewoners en dieren van de stad, behalve Rachab de hoer en haar familie, met de ban toegeslagen waren, maar de Israëlieten helemaal verboden waren, om iets als buit uit Jericho mee te nemen.
Daarna waren de vijf koningen der Amorieten in de macht van Jozua gegeven, en God wierp uit de hemel grote stenen op de vijanden van Israël, en de zon stond stil te Gibeon en de maan bleef staan, in het dal van Ajjalon, totdat het volk zich op zijn vijand gewroken had. En toen de vijf koningen zich in de spelonk bij Makkeda verborgen hadden, Beval Jozua, zij tot hem om te brengen en zei tot de aanvoerders der krijgslieden, die met hem getrokken waren: "Treedt nader, zet uw voet op de nek dezer koningen" en daarna heeft hij hen gedood. ( 6 ) Vervolgen heeft Jozua de koningen van Hasor, van Madon, van Simron, en van Aksaf, alsmede aan de koningen, die in het noorden woonden op het Gebergte, in de Vlakte ten zuiden van Kinarot, in de Laagte en in de heuvelstreek van Dor in het westen, en de Kanaänieten in het oosten en in het westen, de Amorieten, de Hethieten, de Perizzieten, de Jebusieten op het gebergte, en de Chiwwieten, veel volk, talrijk als het zand aan het strand der zee, versloegen, totdat niemand van hen overgebleven was. Hij sneed de pezen van hun paarden door en hun wagens verbrandde hij met vuur. En eindelijk had het land rust en vrede.
( 7 )
( 8 )
( 9 )
|
